Ouders van prematuren

Dagboek van Mats

Voordat ik ooit zwanger werd, waren Wim en ik er heilig van overtuigd dat we enkel jongens zouden krijgen.
En dan was Hanne daar.
Ze deed zich op echo eerst even voor als jongen om ons in de war te brengen.
Maar uiteindelijk is ze allesbehalve een jongen!
Twee jaar later nog zo'n foppertje.
Deze keer hadden we ons voorbereid op vergissingen.
Die tweede meid was ook zo enorm welkom.
Wim, die nooit dochters zou krijgen, was vanaf de eerste minuut verknocht aan zijn meisjes.
De derde mocht ook wel een meisje zijn van hem.
Dat was toch veel praktischer?
Toen bleken we écht zwanger van een jongetje.
"200 % zeker!", zei de gynaecoloog.
Stilletjes liet ik een traantje van ontroering.
Ik zou Wim een zoon kunnen geven.
Gezondheid stond voorop, maar ik was zo blij.
Een jongen waarmee hij zijn passie voor sport zou kunnen delen.
Samen naar 'den tennis'.
Samen op de bank voetbal zitten kijken...
Ik weet dat het zo stereotyp niet hoeft, de meisjes kunnen net zo goed sportgek worden, maar toch is het gevoel heel anders.
Ik droomde van de dag waarop hij voor het eerst zijn zoon zou vasthouden.
Blinkend van trots, en ook stiekem zo blij dat hij niet de enige man in huis was gebleven.

En toen kwam de dag waarop we wakker werden in een realiteit waarin onze zoon nooit meer fysiek bij ons zou zijn.

Samen hebben we geweend.
Eindeloos.
Zijn hand in de mijne.
Gebroken.

Hij hield voor het eerst zijn zoon vast.
Liefdevol.
Een klein fragiel lijfje.
Niet rijp genoeg.
Hij leek op hem.

De wereld stond stil in die kamer.
Buiten draaide hij gewoon door.
En hoewel ik nog even beschermd bleef in dat stille nest, moest Wim weer naar buiten.

Hij regelde een mooi dienstje bij de pastoor.
Hij zocht een mooie urne uit.
Nam foto's.
En bovenal was hij papa.
Hij zorgde met een warm hart voor de meisjes.
Hij moest meteen weer voort.
Zonder tijd te krijgen om even stil te staan.

We kwamen allemaal weer thuis.
Maakten een plekje voor onze kleine jongen.
Namen afscheid.
En moesten voort.

Wim hield mij recht.
Hij hield mij vast.
Hij kookte, schoof mijn bord onder mijn neus en deed me eten.
Hij waste, hij streek, hij ruimde op.
Hij zorgde ervoor dat het leven voor de meisjes zo normaal mogelijk verliep.
Hij gaf mij tijd.
En op tijd, schudde hij me ook terug wakker.

Hij hield het fort recht.
Mijn steunpilaar.
Mijn rots in de branding.

Voor jou, Wim.
Omdat je zo'n lieve man voor me bent.
Omdat je zoveel voor ons doet.
Omdat ik je zielsgraag zie.
En omdat je een fantastische papa bent voor onze kinderen.
Alle drie.

-Rebecca, mama van Mats*

Meer lezen over Mats en over hoe Rebecca en Wim dit verlies een plek
trachten te geven kan op http://eenplekjevoormats.blogspot.be/.