Ouders van prematuren

Dagboek van Kato

Vrijdag 20 juni 2008... Mijn laatste werkdag en dan 2 weken vakantie! Oef! Ik was er aan toe. Ik liep al geruime tijd met hoofdpijn en opgezwollen voeten rond. Ik voelde me niet fit en was echt aan rust toe. Ondanks het feit dat ik thuis was, voelde ik me onrustig en bleef de hoofdpijn maar aanhouden en zelfs toenemen. Ik had al ervaring met migraine, maar dit was anders en veel erger. De nacht van zaterdag op zondag werd het alsmaar erger... Het leek wel of ik in een soort roes terecht kwam, zag alles dubbel, kon me erg slecht concentreren. Ondertussen was de hoofdpijn zo erg dat ik geen licht meer kon verdragen en ervan moest braken. Het was zondagochtend 22 juni om 11.00u... Totaal uitgeput van een woelige nacht en hoge tijd om naar de dokter/ziekenhuis te gaan, niet voor mezelf, maar vooral voor mijn kindje. Ik wist dat er iets niet goed ging en wilde mijn dochtertje niet in gevaar brengen. Maar ik besefte maar al te goed dat het wel eens anders zou kunnen verlopen dan gehoopt... En ik voelde mij daar erg schuldig om.

In het ziekenhuis aangekomen bleek dat ik 22 bloeddruk had en dat mijn bloedwaarden er erg slecht aan toe waren... Ik kreeg nog snel 2 grote spuiten toegediend om Kato’s longrijping op te boosten en werd gedurende enkele uren gemonitord. Om 17u werden de spoedartsen erbij gehaald, mijn urine was ondertussen koffiebruin (indicatie van nierfalen) en er werd onmiddellijk overgegaan tot een spoedkeizersnede.

Kato kwam ter wereld op 22 juni 2008 rond 17u30... 34 cm - 850 gram – 12 weken te vroeg.

Een week later pas, toen ik ontwaakte uit de coma, werd me verteld wat er met me aan de hand was. Ik voelde me erg alleen, met een lege buik en zonder kindje in buurt... Het leek wel alsof ik in een droom zat, dat het allemaal niet reëel was... Ik durfde niet te vragen of ons meisje ok was... Bang voor wat ik zou te horen krijgen. Gelukkig ging alles prima met haar! Ze had een moeilijke start gemaakt (ref. ademhaling en ductus), maar mits de nodige hulpmiddelen kon ze al na een week zelfstandig ademen en bleek ze een echte vechter te zijn.

29 juni was de dag dat ik haar voor het eerst te zien kreeg. Ik werd met mijn bed van de intensive care naar de NICU gebracht. Ik was erg nerveus voor wat ik te zien zou krijgen. Mijn man had ondertussen al wat foto’s van haar gemaakt, zodat ik alvast kon wennen aan hoe ze eruit zag... Maar durfde niet te kijken. Het voelde vreemd aan. Al die glazen bedjes daar bij elkaar, er heerste een ijzige stilte op de zaal. En ik werd naast één van de glazen bedjes geparkeerd...

Allerlei gekke vragen spookte er toen door mijn hoofd... Is dat nu mijn kindje daar? Ben ik wel naast het juiste bedje gezet? Hoe weet ik nu zeker of zij het is? Ik heb haar niet gezien bij de geboorte... Ze hebben haar toch niet verwisseld met een ander kindje? Ga ik wel van haar kunnen houden, zullen we wel een band hebben met elkaar?

Ze haalde haar voorzichtig uit haar bedje en werd op mijn borst gelegd. JA! Dat voelde fijn! Dat was mijn kindje van op de foto! Ze leek als 2 druppels water op haar papa! Met alles erop en eraan: 10 vingertjes en 10 teentjes, maar wel nog mini-mensje. Zo piepklein en zo fragiel, geketend aan 1000 draadjes en sensoren! Ik had zo’n medelijden met haar. Wat had ik toch gedaan!

Dat schuldgevoel heeft me nog lange tijd geplaagd, maar naar mate Kato groeide en sterker werd en de jaren verstreken kon ik me stilaan vrijmaken van dat gevoel. Het was allemaal goed gekomen! Het heeft heel veel tijd gevraagd, veel energie en zorgen, maar onze meid heeft er voor gevochten en staat nu flink op haar 2 benen!

Ondanks dat we een negatieve en moeilijke start hebben gemaakt, heeft het toch ons leven verrijkt en beseffen we hoeveel geluk we gehad hebben. Wij mogen onze zegeningen tellen!

-Isabelle, mama van Kato